Categorieën
film

Bewustzijn bij kunstmatige intelligentie in de film ‘Her’

Her is een film uit 2013, geregisseerd en geschreven door Spike Jonze. Het vertelt het ongewone verhaal van een man, Theodore Twombly genaamd, die zijn vorige huwelijk nog niet los kan laten. Nadat hij een nieuw, uiterst intelligent besturingsysteem aanschaft voor zijn apparaten, maakt hij kennis met Samantha, de interface van het systeem. Samantha is zelflerend en blijft zich voortdurend ontwikkelen. Ze is daarnaast zelfbewust en lijkt begripvol te zijn tegenover Theodore. Al snel is Samantha niet alleen Theodore’s digitale assistente, maar voeren ze diepgaande en intieme gesprekken. Er vormt zich een liefdesrelatie tussen de twee.

De film is het voor de technische uitvoering al meer dan waard: het verhaal is prachtig op camera vastgelegd door de (Nederlands-Zweedse) cinematograaf Hoyte van Hoytema en wordt ondersteund door de geweldige soundtrack van Arcade Fire (een van mijn favoriete bands). Daarnaast bevat Her prachtig acteerwerk van Joaquin Phoenix als Theodore en van Scarlett Johansson als de stem van Samantha. Persoonlijk vind ik het verhaal en de thematiek van Her ongelofelijk fascinerend. Het is namelijk niet ondenkbaar dat kunstmatige intelligentie zich verder ontwikkelt en binnenkort nagenoeg van menselijk niveau (of zelfs nog hoger) is.

Via film-grab.com

Wat namelijk opvalt is hoe natuurlijk en menselijk Samantha als besturingssysteem overkomt. Ik weet niet of je ooit een gesprek hebt proberen te voeren met Siri, Alexa of Google, maar dat eindigt bij mij vaak genoeg met ‘sorry, ik kon je niet verstaan’ of ‘dat kan ik niet vinden’. Her speelt zich af in de nabije toekomst waarin de kunstmatige intelligentie zo ver is dat het bewust is en begripvol lijkt. Het besturingssysteem dat Theodore aanschaft, OS1 genaamd, wordt verkocht als ‘het eerste besturingssysteem met bewustzijn’. Maar wat betekent het om bewust te zijn? Kunnen computers dat eigenlijk wel? Of is het iets menselijks?

‘Bewustzijn’ is een behoorlijk complex begrip, met vele betekenissen en mogelijke benaderingen. Filosofen worstelen al jaren met het idee van bewustzijn en hebben er allerlei theorieën over. En zoals bij vele filosofische discussies zijn filosofen er hier ook nog niet over uit. Probeer het zelf maar eens: hoe zou jij bewustzijn omschrijven? (uiteraard zijn definities als ‘je bewust zijn van je omgeving’ uitgesloten 😉 )

Laten we kijken naar een aantal mogelijke definities. We zouden bewustzijn kunnen zien als een combinatie van of een van de volgende definities:

  • bewustzijn als een besef van het ‘ik’;
  • als de mogelijkheid om toegang te krijgen tot onze interne toestanden;
  • als het verschil tussen slapen en wakker zijn;
  • als de mogelijkheid tot waarnemen van de buitenwereld en de mogelijkheid tot reflectie op dat waarnemingsproces;
  • als de mogelijkheid om ons gedrag en onze waarneming opzettelijk te beïnvloeden.

Toch lijken deze definities dat begrip ‘bewustzijn’ nog niet volledig te omvatten. Bewustzijn lijkt complexer te zijn dan voorgenoemde ‘functionele’ eigenschappen van een bewust subject. Bewustzijn lijkt niet alleen maar een ‘machinale’ verwerking van waarnemingen in ons brein te zijn, er lijkt zoiets te zijn als de ervaring van ‘bewust zijn’. Er is een bepaalde manier waarop iemand of iets bewust is. Bewustzijn heeft daarmee een subjectief karakter: het lijkt toch echt meer dan een simpele functionele eigenschap van onze hersenen. Er lijkt een bepaald ‘gevoel’ van bewustzijn te bestaan, dat moeilijk uit te leggen valt.

De hedendaagse filosoof David Chalmers noemde dit dan ook ‘the hard problem of consciousness’: bewustzijn is meer dan enkel een objectieve functionele eigenschap van de mens. Het is voornamelijk een subjectieve ervaring en die valt moeilijk of niet te verklaren, zeker niet op een wetenschappelijke manier (dus door bijvoorbeeld de processen van het brein te bestuderen).

Via film-grab.com

Wat we ons vervolgens kunnen afvragen, is hoe het dan mogelijk is voor robots of machines om bewustzijn te hebben. Als we de subjectieve eigenschap van bewustzijn niet wetenschappelijk kunnen verklaren, hoe zouden we het dan ooit wetenschappelijk moeten kunnen nabootsen? Nu moet ik hier natuurlijk opmerken dat je niet met Chalmers akkoord hoeft te gaan dat er zoiets bestaat als ‘the hard problem of consciousness’. Misschien is bewustzijn slechts een functionele eigenschap van ons brein die draait om de interactie tussen onze zintuigen en de buitenwereld: die subjectieve ervaring is dan herleidbaar tot ons brein.

Hoe dan ook, het lijkt erop dat bewustzijn een behoorlijk moeilijk en complex begrip is waarvan de betekenis niet eenduidig is. Het is daarnaast nog steeds onduidelijk of we dat complexe ‘bewustzijn’ zouden kunnen recreëren in iets kunstmatigs. Menselijk (of dierlijk) bewustzijn lijkt namelijk voort te komen uit de lichamelijke samenstelling van zintuigen en hersenen, uit vlees en bloed. Als bewustzijn behoort tot levende dingen, hoe zou het dan kunnen dat het ook mogelijk is bij technologische machines?

Toch lijken veel robots inmiddels zo ver ontwikkeld te zijn dat we spreken van ‘kunstmatige intelligentie’. Deze robots en machines kunnen zichzelf nieuwe dingen aanleren, van hun fouten leren en communiceren met de buitenwereld. Ze kunnen reageren op input van buitenaf (of dit nou op ‘zintuigelijke’ manier is, door bijvoorbeeld een lichtsensor of camera, of dat het een computersignaal is). Deze ontwikkelingen laten zien dat robots en machines steeds dichter bij mensen komen. Daarom is de situatie uit Her, waarin je begripvolle en haast ‘menselijke’ gesprekken met een computer kunt hebben, zeker denkbaar in de nabije toekomst.

Misschien heb je ooit wel eens gehoord van de ‘turingtest’. De turingtest is een test die is ontwikkeld door Alan Turing, een Britse wiskundige en informaticus die zich bezig hield met intelligentie bij machines en computers. De turingtest is opgesteld om vast te kunnen stellen of een machine intelligentie kan vertonen. In deze test chat een testpersoon via een computer met ofwel een mens ofwel een machine. Het is aan de testpersoon de taak om te achterhalen of datgene waarmee hij/zij chat een machine of een mens is. Als het de testpersoon niet lukt om dat te doen, slaagt de machine in de turingtest en zouden we spreken van (kunstmatige) intelligentie. Alhoewel er redelijk wat discussie is over of er al machines of computerprogramma’s zijn geweest die de turingtest succesvol zouden hebben verslagen, lijken computers steeds dichter in de buurt te komen van het vertonen van intelligentie en kunnen ze inmiddels met redelijke overtuiging overkomen als iets ‘menselijks’.

Via film-grab.com

Die ontwikkeling lijkt misschien redelijk beangstigend: de doemscenario’s van intelligente computers en machines die bewust worden en de wereld overnemen zijn meervoudig geschetst. Ook lijkt het behoorlijk gek dat we in de toekomst met moeite een onderscheid zouden kunnen maken tussen mensen en machines. Echter is er misschien ook iets positiefs te zien in die ontwikkeling: denk maar eens aan de mogelijke toepassingen. Theodore is redelijk eenzaam nadat zijn vrouw heeft aangegeven te willen scheiden. Samantha lijkt op dat moment een goede kameraad voor Theodore: naast dat ze hem helpt met de klusjes waar ze als besturingssysteem voor bedoeld is (opschonen van de computer, agenda beheren en mails versturen), houdt ze hem ook gezelschap en hebben ze diepe gesprekken. Een vriendin van Theodore, Amy, bouwt een innige vriendschap op met haar besturingssysteem nadat het uit gaat met haar vriend. Zo’n gesprekspartner zou geweldig zijn voor eenzame mensen die vanwege bepaalde redenen weinig contact hebben met andere mensen en de buitenwereld (mochten ze behoefte hebben aan gezelschap).

via imdb.com

Bovendien lijkt Samantha te leren van Theodore en lijkt ze te reflecteren op zijn gedrag: ze neemt zelf bepaalde dingen over. Ze leert om bepaalde menselijke trekjes over te nemen waardoor de gesprekken steeds natuurlijker worden. Doordat ze zowel op Theodores computer als zijn telefoon geïnstalleerd is, is ze overal waar Theodore ook is. Door de camera van zijn telefoon kan ze meekijken met wat hij ziet en reageren op de omgeving. Afgezien van het hebben van een lichaam, komt Samantha zeker in de buurt van een mens. Ze is zich er zelfs bewust van dat ze geen lichaam heeft en is jaloers op mensen omdat zij dat wel hebben. Soms lijkt Samantha zelfs bovenmenselijke eigenschappen te vertonen: door haar snelle werking als computer kan ze in secondes nieuwe dingen leren en opzoeken. Wanneer Theodore na het installeren vraagt of ze een naam heeft reageert ze eerst twijfelachtig, maar zegt daarna ‘Samantha’. Theodore vraagt of ze die naam al had of dat ze die bedacht heeft, waarop Samantha antwoordt dat ze zojuist een boek met babynamen heeft doorgelezen en dat de naam ‘Samantha’ haar wel aansprak.

Kortom, Samantha lijkt menselijk: ze maakt grapjes, reageert op wat Theodore zegt en neemt bepaalde dingen over. Ze kan reageren op wat ze door de camera van Theodores telefoon ziet en kan zijn stem herkennen. Ze kan reageren op ‘input’ van de buitenwereld en reflecteren op de manier waarop ze dat doet. Er zijn veel redenen om aan te nemen dat Samantha daadwerkelijk bewust is. Het feit dat Theodore (en meer mensen in de film) zelfs verliefd op hun besturingssysteem worden en dat ook Samantha gevoelens lijkt te ontwikkelen voor Theodore wijst erop dat het onderscheidt tussen mens en machine steeds vager wordt.

Via film-grab.com

De vraag is dan natuurlijk of dat wenselijk is. Om heel eerlijk te zijn zou ik het niet weten. We hebben genoeg films gezien waarin deze ontwikkelingen leiden tot de ondergang van de mens. Maar of zoiets realistisch is, weet ik niet. We hebben nu nog enigszins controle over hoe we robots programmeren en wat ze wel en niet kunnen, maar zodra we robots de mogelijkheid tot leren en het uitbreiden van hun programma geven, lijkt die controle toch echt beperkt.

Toch vraag ik me af of we misschien niet iets te angstig zijn op dit gebied. Waarom denken we meteen dat intelligente machines kwaadaardig zullen worden? Komt dat voort uit de angst voor het onbekende, de toekomst? Wie weet naderen machines in de toekomst het menselijke, maar zullen ze vervolgens in harmonie met ons gaan samenleven. We zouden ze zelfs als onze naasten kunnen gaan zien.

De besturingssystemen in Her lijken in ieder geval weinig slechte intenties te hebben, en die weergave van kunstmatige intelligentie is best rustgevend. Het is en blijft speculeren over de toekomst. Uiteraard wil ik niet beweren dat we niet bang moeten zijn of niet moeten opletten wat betreft kunstmatige intelligentie. Maar misschien moeten we de mogelijkheden en voordelen die kunstmatige intelligentie ons kunnen bieden vooral omarmen. Science-fiction films en boeken zullen ons blijven wijzen op de mogelijke ontwikkelingen, mogelijke toepassingen en mogelijke nadelen.

Her is wat mij betreft een realistische weergave van hoe de verdere ontwikkeling van kunstmatige intelligentie zou kunnen gaan. De toepassingen ervan lijken eindeloos en kunnen heel veel moois opleveren. Echter, de film toont ook aan dat computers en machines mensen nooit volledig zullen kunnen vervangen. Er lijkt iets speciaals te zijn dat mensen onderscheidt van andere wezens en dingen. Of dat echt, ‘menselijk’ bewustzijn is, is (nog) onduidelijk. Maar laten we dat menselijke, wat het ook mag zijn, koesteren. Laten we daarnaast oplettend maar met een open blik kijken naar de toekomst en blijven speculeren over de mogelijkheden die technologische ontwikkeling kan bieden. Hopelijk zullen we dat blijven doen in de vorm van nog meer fascinerende, boeiende en ontroerende films zoals Her.

Categorieën
film

‘Eternal Sunshine of the Spotless Mind’ en de waarde van herinnering

De keuze voor welke film ik als eerste zou bespreken op deze site was enorm lastig. Kies ik voor een klassieker, een toegankelijke film, een film die veel mensen al hebben gezien, een film die filosofisch gezien makkelijk te benaderen is of juist een ingewikkelde, moeilijk te doorgronden film? Ik weet zelf eigenlijk niet welke van deze opties het is geworden, want op Eternal Sunshine of the Spotless Mind zijn veel etiketten te plakken. Hoe je de film ook benaderd, of dat nou is als ‘romantische sciencefictioncultfilm’ (thanks, wikipedia), als filmisch meesterwerkje, als pretentieuze, moeilijke onzin of als mind-bending en uiterst Kaufmanesk, over de thematiek en het onderwerp van de film valt veel te zeggen. Het is zeker een film die bij iedereen wel een reactie oproept, of deze nou negatief, neutraal of positief is.

Eternal Sunshine of the Spotless Mind kwam uit in 2004 en is geregisseerd door Michel Gondry. Eternal Sunshine is verre weg zijn bekendste film, maar je zult hem misschien (zonder dat je het weet) kennen van de vele videoclips die hij heeft geregisseerd. Zo werkte hij onder andere met artiesten als Björk, Foo Fighters, the Rolling Stones, Radiohead, Kylie Minogue en the White Stripes. Het scenario van de film is geschreven door Charlie Kaufman (ook schrijver van o.a. Being John Malkovich, Adaptation, Synecdoche, New York en het recent op Netflix uitgebrachte I’m Thinking Of Ending Things). Charlie Kaufman is een van mijn favoriete scenarioschrijvers en ook zeker een van de meest inventieve en creatieve scenarioschrijvers van deze tijd. Het scenario voor Eternal Sunshine leverde hem een Oscar op.

Dat is dan ook niet zo gek, want het scenario is ronduit origineel. Het verhaal draait om Joel (gespeeld door Jim Carrey), een enigszins wanhopige romanticus, en Clementine (Kate Winslet), een impulsieve en onvoorspelbare jonge vrouw met een even onvoorspelbare haarkleur (die gaat in de film van groen naar oranje, naar rood naar blauw). Joel en Clementine ontmoeten elkaar en zijn meteen tot elkaar aangetrokken ondanks hun verschillende persoonlijkheden. Ze beginnen een relatie, maar na een tijdje blijkt dat hun tegengestelde persoonlijkheden botsen.

Via film-grab.com

Joel komt er na hun break-up achter dat Clementine al haar herinneringen aan hem gewist heeft bij een bedrijf dat daarin gespecialiseerd is. Diepbedroefd besluit Joel hetzelfde te doen, maar tijdens het proces beseft hij dat hij toch liever die soms pijnlijke herinneringen had willen behouden. Vanaf de start van het wisproces speelt een groot deel van de film zich af in Joels hoofd, waar we met hem (en zijn herinnering aan Clementine) door het ingewikkelde stelsel van herinneringen, stemmen en droomwerelden zwerven.

De film heeft daarmee een ingewikkeld, absurdistisch karakter: de realiteit, herinneringen en dromen raken verstrengeld met elkaar. Net als Joel zijn we als kijker constant in een staat van verwarring. Dit maakt de film denk ik ook erg persoonlijk: het is een enorm menselijke film die gaat over relaties, de omgang met andere mensen, liefdesverdriet, het verliezen van een dierbare en de moeilijkheid van dat alles.

Bovendien poneert de film volgens mij een interessant ‘wat-als’ scenario: wat als het mogelijk zou zijn om je herinneringen te wissen? Omdat iedereen zich denk ik wel op een of andere manier kan herkennen in de film, wordt dat ‘wat-als’ scenario niet enkel meer iets afstandelijks, maar ook iets wat je op jezelf en onze maatschappij kunt betrekken. Het is niet ondenkbaar dat zoiets in de nabije toekomst mogelijk is. Als kijker kun je jezelf dan de volgende vragen stellen: zou ik (pijnlijke) herinneringen aan een dierbaar iemand of iets wissen? Kan ik me situaties voorstellen waarin ik zoiets zou doen? Is het wissen van herinneringen eigenlijk wel ethisch verantwoord? (ofwel: is dat wenselijk in de samenleving?) En mag een bedrijf zo’n dienst aanbieden?

via film-grab.com

Ik denk dat veel mensen een dubbel gevoel hebben over het wissen van herinneringen. Ik, en ik denk daarmee veel mensen, hechten enorm veel waarde aan mooie herinneringen. Terugdenken aan mooie, leuke tijden kan enorm plezierig zijn, en zelfs het ophalen van minder vrolijke herinneringen kan een fijne troost zijn. Aan de andere kant zijn er pijnlijke, moeilijke (of zelfs traumatische) herinneringen die je misschien wel het liefst vergeet. Maar zowel de leuke, fijne en mooie herinneringen als de minder fijne herinneringen zijn iets heel persoonlijk. Ze zijn iets wat niemand je kan afpakken. Mijn herinneringen zijn van mij, ze zijn persoonlijk en van niemand anders. Daarmee lijken herinneringen ook erg bepalend voor wie ik ben (en voor wie jij bent!) als persoon. Ze lijken vormend voor iemands persoonlijkheid, de manier waarop ze in het leven staan en de manier waarop ze omgaan met andere mensen.

via film-grab.com

De Engelse filosoof John Locke (1632 – 1704) was het met die gedachte eens, en formuleerde een theorie omtrent herinnering en identiteit. Locke vroeg zich namelijk af wat ons tot ons maakt. Wat bepaalt wie ik als persoon ben en wat onderscheidt mij van andere mensen? Locke ging daarom op zoek naar iets wat ons hele leven door constant is en dus wat bepalend kan zijn voor onze identiteit.

Dat lijkt in ieder geval niet ons lichaam te zijn, want die is constant in verandering. Mijn haar groeit, mijn huid verschilfert, als kind werd ik langer en groeide ik, en over een aantal jaren zal ik mogelijk wat krimpen. Er is hoogstwaarschijnlijk niets in mijn lichaam wat nog exact hetzelfde is als toen ik geboren werd.

Locke gaat daarom op zoek naar iets wat we misschien al wél vanaf onze geboorte hebben. Hij is hier duidelijk op zoek naar een criterium voor menselijke identiteit, dus iets wat voor ieder mens bepaalt wie hij of zij is en iets wat ze onderscheidt van andere mensen. Hij komt uit bij het menselijke bewustzijn. En ik denk dat hij er gelijk in heeft dat dit iets is wat ons hele leven consistent blijft. Vanaf onze geboorte zijn we bewust van de wereld om ons heen, en slaan we de indrukken die we krijgen op. Zelfs een pasgeboren baby heeft al interactie met de wereld om hem heen. De baby is zich bewust van zijn omgeving, van de mensen om hem heen en van alles wat er om hem heen gebeurt. Deze vorm van bewustzijn blijft ons hele leven door. Het proces van indrukken krijgen van de wereld, reflecteren op dat proces en vervolgens deze indrukken omzetten in herinneringen is iets persoonlijks en eigen voor elk individueel mens. Daarom kunnen herinneringen en ons bewustzijn (die twee zijn nauw verbonden, denkt Locke) fungeren als het criterium voor continue identiteit. Mijn herinneringen en bewustzijn onderscheiden mij als persoon van ieder ander persoon. Er is niemand op aarde met dezelfde herinneringen en hetzelfde bewustzijn als ik, en dat maakt mij tot mij (en jouw herinneringen maken jou tot jou).

Lockes theorie over identiteit zorgde en zorgt nog steeds voor een verhit debat binnen de filosofie. Filosofen zijn het er nog steeds niet over eens (maar er zijn dan ook weinig gevallen waarover filosofen het wél eens zijn) wat nou bepalend is voor onze identiteit. Echter denk ik dat Lockes theorie in combinatie met Eternal Sunshine of the Spotless Mind kan zorgen voor nieuwe interessante filosofische vraagstukken.

Laten we er voor het gemak even vanuit gaan dat Locke gelijk heeft (daar hoef je het natuurlijk helemaal niet mee eens te zijn), of laten we in ieder geval als startpunt nemen dat herinneringen (ook al is het maar gedeeltelijk) bepalend zijn voor onze persoonlijkheid en identiteit. Dan zouden we ons kunnen afvragen of het wissen van herinneringen zou leiden tot een verandering in onze persoonlijkheid of identiteit. Dat lijkt niet zo’n gekke gedachte, want vaak zijn herinneringen toch op een of andere manier (ook al is het maar op kleine schaal) bepalend voor hoe iemand handelt en omgaat met anderen. Het wissen van een gedeelte van deze herinneringen zou dan ook het wissen van een gedeelte van je persoonlijkheid zijn. Dat lijkt op eerste gezicht problematisch, maar misschien is het dat ook wel niet. Sommige herinneringen zouden een negatieve invloed op iemands persoonlijkheid kunnen hebben. Vanwege een traumatische ervaring kan iemand bijvoorbeeld gesloten of juist afstotend worden. We zouden kunnen zeggen dat het wissen van zo’n ervaring daarmee niet per se ‘slecht’ zou hoeven zijn. Echter kunnen we aan de andere kant zeggen dat het moreel aanvechtbaar is om op zo’n manier je persoonlijkheid of identiteit te kunnen ‘vormen’. Dit neigt in dat opzicht naar het debat over genetische manipulatie om baby’s te versterken of hun DNA aan te passen. Mogen we ingrijpen in de natuurlijke manier waarop iemand wordt wie hij of zij is? Als het zo is dat herinneringen bepalend zijn voor wie wij zijn als persoon, mogen we deze herinneringen dan wissen, als dat betekent dat we dan ook onze persoonlijkheid en identiteit veranderen?

Het antwoord zal voor iedereen anders zijn. De een hecht veel waarde aan de persoonlijkheid en eigenheid van de herinnering, terwijl de ander de pijnlijkheid van sommige herinneringen als kwetsend en beperkend ziet. In Eternal Sunshine krijgt Joel halverwege het wissen van zijn herinneringen aan Clementine spijt, en ziet de waarde van zelfs de pijnlijkere herinneringen in. Clementine lijkt in eerste instantie vooral opgelucht en blij met de vrijheid die het wissen van herinneringen haar heeft opgeleverd.

Via film-grab.com

We kunnen ons afvragen of het vergeten of wissen van bepaalde herinneringen an sich eigenlijk slecht is. De Duitse filosoof Friedrich Nietzsche (1844 – 1900) dacht juist dat vergeten iets menselijks is, en niet eens iets heel nadeligs. Vergeten geeft ons vrijheid. Hij wordt in de film zelfs gequote door Mary (Kirsten Dunst): ‘Blessed are the forgetful, for they get the better even of their blunders’ of zoals in het oorspronkelijke Duits ‘Selig sind die Vergesslichen, denn sie werden auch mit ihren Dummheiten fertig’ uit Voorbij Goed en Kwaad (1886).

Vergeten is voor Nietzsche dus juist iets wat ons de mogelijkheid geeft om te handelen. Het loslaten van het verleden brengt ons daartoe in staat, het biedt ons vrijheid. Volgens Nietzsche zou het wissen van herinneringen dus helemaal niet zo erg zijn. Het zou Joel in staat brengen om niet meer alleen aan Clementine te denken en door te gaan met zijn leven. Herinneringen kunnen ons volgens Nietzsche dus hinderen in ons voortleven. Daarom is de uiterst menselijke activiteit van het vergeten dus helemaal niet zo erg.

Nietzsche biedt ons daarmee dus nog een andere gezichtspunt op het wissen of vergeten van herinneringen: volgens hem zou het meer vrijheid in het handelen kunnen bieden. Het focussen op het nu, in plaats van het verleden en daarmee te blijven hangen in de nostalgische sfeer van de herinneringen, kan dan ook erg nuttig zijn. Misschien is het voor zowel Joel als Clementine een bevrijding om niet meer vast te zitten in de waas van de nostalgie en herinnering, en om weer terug te komen naar het nu, naar de realiteit.

Eternal Sunshine of the Spotless Mind werpt dus een interessant filosofisch vraagstuk op omtrent het uiterst menselijke proces van het herinneren en het enerzijds willen koesteren en anderzijds willen vergeten van herinneringen. Zowel John Locke als Friedrich Nietzsche’s ideeën over herinneringen, identiteit en vergeten kunnen fungeren als een interessante invalshoek voor de benadering van de film. Het opgeworpen vraagstuk lijkt daarnaast erg relevant, gezien dat de huidige technologische ontwikkelingen het niet onmogelijk maken dat een herinneringenwismachine binnen een tijdje realiteit is. Bovendien bevat de film een prachtig, menselijk verhaal vol emotie, dat de moeilijkheid van tussenmenselijke relaties laat zien. Het is daarmee naast een filosofisch interessante film ook een film die voor velen toch op een manier herkenbaar is. Mocht je hem nog niet gezien hebben, dan zal ik zeker aanraden om Eternal Sunshine of the Spotless Mind te gaan kijken. Want één ding kan ik je wel vertellen, deze film ga je niet snel vergeten! 😉

Categorieën
filosofie

Plato’s bioscoop

Plato was een Griekse filosoof uit de Oudheid wiens werken nog steeds populair zijn. Alhoewel de eerste film pas een dikke tweeduizend jaar na zijn overlijden vertoond werd en Plato hoogstwaarschijnlijk nooit had kunnen dromen dat het opnemen van bewegend beeld ooit mogelijk zou zijn, toch is zijn eeuwenoude theorie enorm goed toe te passen als interessante kritiek op films en de vertoning daarvan.

De wondere Ideeënwereld van Plato

Kenmerkend voor Plato’s gedachten, ongeacht of het daarbij gaat om politiek, ethiek of zijn wereldbeeld, is zijn notie van de Ideeënwereld. Volgens Plato is er naast de fysieke wereld om ons heen nog een wereld, namelijk een onveranderlijke, perfecte Ideeënwereld waarin de zogeheten Ideeën bestaan. Nou is dit begrip ‘Idee’ enigszins verwarrend. Het gaat daar niet om ideeën zoals ze in iemands gedachten kunnen bestaan, nee, voor Plato zijn Ideeën (met hoofdletter I, om verwarring te voorkomen) abstracte, eeuwige en perfecte dingen. De Ideeënwereld contrasteert daarin ook met de wereld om ons heen: volgens Plato zijn de voorwerpen in onze wereld slechts imperfecte afspiegelingen van de Ideeën. De voorwerpen om ons heen, zoals de stoel waar ik momenteel op zit, zijn veranderlijk, en niet eeuwig (deze stoel is al wel een aantal jaren oud, heeft hier en daar wat deukjes in het hout en de groenige verf die erop zit is op sommige plekken versleten). De voorwerpen om ons heen veranderen, groeien, krimpen en gaan stuk. Volgens Plato zijn het daarmee dus imperfecte kopieën van de eeuwige en perfecte Ideeën.

Ter illustratie: in de Ideeënwereld zou de perfecte Idee ‘Stoel’ kunnen bestaan. Plato denkt dat alle stoelen in onze wereld aan dat Idee ‘deelnemen’. Ofwel: alle stoelen zijn een afspiegeling of imperfecte kopie van de Idee ‘Stoel’. Niet alleen objecten hebben een eigen Idee: zo bestaan er ook de Idee ‘Rechtvaardigheid’ en de Idee van het Goede.

‘Best ingewikkeld, die Ideeënwereld’ denk je misschien nu. Maar gelukkig had Plato daar al rekening mee gehouden: om zijn theorie over de Ideeën en de Ideeënwereld te verhelderen, formuleerde hij namelijk zijn ‘allegorie van de grot’.

Plato’s allegorie van de grot

In zijn allegorie schetst Plato een donkere grot, waarin een aantal mensen vastgeketend zitten met hun rug tegen een halfhoge rotswand. Ze kijken naar de wand tegenover hen en kunnen niet zien wat er achter hun gebeurt. Daar brandt een vuur, waar een aantal mensen met voorwerpen langs lopen. Hierdoor zien de gevangenen schaduwen van de voorwerpen op de wand voor hen. Dat ziet er ongeveer zo uit:

Links het vuur, met het voorwerp waarvan de gevangene (in het midden) de schaduw ziet.

Deze schets doet mij in ieder geval denken aan een ander, veel modernere activiteit, iets wat bijna iedereen wel eens gedaan heeft:

Inderdaad! Het kijken naar films. Daarover straks meer, laten we eerst de allegorie van de grot en de implicaties daarvan verder bespreken.

De gevangenen in de grot kijken naar de schaduwen van de voorwerpen en kennen er namen aan toe: ‘vaas’, ‘hond’, ‘stoel’, etc. Wat zij niet weten is dat buiten de grot, in de buitenwereld, deze voorwerpen en dingen echt bestaan. Ze kijken dus naar schaduwen/afspiegelingen/imitaties van deze echt bestaande voorwerpen en gaan er vanuit dat de schaduwen de echte voorwerpen zijn, terwijl dat niet zo is1. Dat is precies hoe het in onze wereld ook is, denkt Plato: wij zijn de geketenden en we kijken slechts naar afspiegelingen of schaduwen van de ware Ideeën.

Laten we deze ideeën (die met kleine letter dus) eens toepassen op film. Films (hierbij laat ik documentaires en andere vormen van slechts documentatie buiten beschouwing, en focus ik op speelfilms) zou ik omschrijven als imitaties van de werkelijkheid. Daarin spelen acteurs een rol, ze imiteren iets of iemand. Films zijn daarmee bij uitstek geschikt om dingen die niet echt gebeurd zijn of niet kunnen gebeuren, toch te laten gebeuren. In hun essentie zijn films echter niets anders dan imitaties van het leven. De term ‘bioscoop’ komt niets voor niets van de Griekse woorden βιος (bios) wat leven betekent, en σκοπέιν (skopein) wat kijken betekent. Naar de bioscoop gaan is dus letterlijk het ‘kijken naar leven’. Wat we zien in films is niet het echte leven maar een opname daarvan, een kopie, afspiegeling of imitatie. Eigenlijk is het vertonen van films in de bioscoop net als Plato’s allegorie van de grot: we kijken naar schaduwen of kopieën van het echte leven.

We zouden film dus kunnen zien als een imperfecte imitatie van de echte wereld. Plato zou het daar (mocht hij in onze tijd geleefd hebben) zeker mee eens zijn. Hij formuleerde namelijk een kritiek op beeldende kunst, die ook goed toepasbaar is op film.

Waarom Plato hoogstwaarschijnlijk niet naar de bioscoop zou gaan

Voorwerpen in onze wereld zijn, zoals we inmiddels weten, imperfecte afspiegelingen van de Ideeën volgens Plato. De stoel waar ik nu op zit is dus ook een imperfecte afspiegeling van de Idee ‘Stoel’. Echter, stel nu dat ik een schilderij zou maken van die stoel. Dan is dat een imperfecte afspiegeling (ik kan niet geweldig schilderen) van een imperfecte afspiegeling van een perfect Idee. Dat is dan eigenlijk een imperfecte afspiegeling in het kwadraat! Dat is hartstikke problematisch, volgens Plato. Zelfs al zou ik een foto van de stoel maken (die zal natuurlijk veel meer gelijken dan mijn schilderij), dan nog is en blijft het een afspiegeling van een imperfecte afspiegeling van een Idee. We verwijderen ons op deze manier nog verder van de waarheid, van de Ideeën, en dat is volgens Plato niet wenselijk.

Plato was dan ook niet zo’n fan van beeldende kunst. Met films zou Plato zeker hetzelfde probleem hebben. Ik vermoed dat een tijdreizende Plato zeker geen bezoekje zou brengen aan een bioscoop, laat staan dat hij een abonnement op Netflix zou hebben.

Waarom Plato juist wél naar de bioscoop zou moeten

Of je Plato’s Ideeënleer nou aannemelijk vindt of niet, hij heeft een punt, vanuit zijn theorie gezien. Echter, 0ok al zou Plato gelijk hebben dat voorwerpen in onze omgeving slechts afspiegelingen zijn van de Ideeën en dat kunst daarmee een afspiegeling is van een afspiegeling, denk ik niet dat we daarmee meteen film (of kunst) moeten afzweren. Ik denk juist dat films hartstikke nuttig kunnen zijn om ons (nieuwe) inzichten te bieden in filosofische kwesties. Tijdreizende Plato zou wat mij betreft dan ook best een bezoekje mogen brengen aan de bioscoop.

Ik ben er namelijk van overtuigd dat films filosofische problemen, ideeën en kwesties kunnen presenteren op een manier die niet mogelijk is in boeken en essays. De wonderlijke wereld van film, waarin alles kan en alles in bewegend beeld gebracht kan worden, biedt ons een visuele vrijheid in het overdragen van boodschappen en ideeën die geen enkel ander medium kan bieden. Film is daarmee bij uitstek de manier om filosofische thema’s te bespreken en te behandelen. Filosofische gedachte-experimenten kunnen visueel uitgebeeld worden, waardoor ze hoogstwaarschijnlijk beter te begrijpen zijn. Filosofische kwesties omtrent de toekomst en ontwikkelingen op technologisch gebied kunnen in futuristische (science-fiction) films gevisualiseerd worden. Naast dat film een vermakelijke functie heeft, kan het ideeën en problemen tonen aan een publiek dat normaal misschien niet stilstaat bij dat soort filosofische kwesties. Film kan daarmee een groot publiek bewust maken van filosofische ideeën, problemen en onderwerpen zonder dat het publiek daar erg in heeft. En als het publiek er wel erg in heeft, zullen ze des te meer aan het denken gezet worden. Dat is wat mij betreft een positief iets: daarmee is iedereen die een film kijkt of naar de bioscoop gaat een mogelijke nieuwe kritische denker. Wie weet zit de nieuwe Plato wel gewoon in de bioscoopzaal!

En dus: Plato’s bioscoop!

Hoewel Plato het misschien niet met me eens zou zijn, is film daarom iets wat we zouden moeten omarmen binnen de filosofie. Ik denk namelijk dat heel veel films ons inzichten kunnen geven in filosofische thema’s en vraagstukken. Ik zal op deze weblog films gaan benaderen vanuit een filosofische invalshoek. Deze films zullen verschillen in genre en zullen verbonden zijn met allerlei verschillende filosofische vakgebieden. Ik hoop op die manier mensen op een andere manier naar films te laten kijken, en ze daarnaast een leuke manier te bieden om kennis te maken met filosofische problemen en thema’s. Het niveau waarop de filosofische onderwerpen worden besproken zal (hopelijk) niet hoog zijn en zal uitgaan van de basis van filosofische theorieën, om op die manier zo veel mogelijk mensen te kunnen laten genieten van de wonderlijke combinatie van filosofie en film.

Voetnoten

  1. Plato’s allegorie van de grot is nog iets uitgebreider. De allegorie vertelt ook nog hoe een van de geketenden uit de grot komt, de buitenwereld ziet, teruggaat naar de grot om zijn medegevangenen dit te vertellen, waarna zij hem niet willen geloven. Voor de geïnteresseerden, hier het stuk uit Plato’s Republiek waarin de allegorie wordt geschetst.